Thailand

thailand
Thailand het land met de glimlach, de mooie stranden, de geweldige cultuur, het heerlijke eten, maar bovenal, het land met de schitterende motorwegen.
 
thailand routeDe eerste keer dat ik Thailand bezocht was 25 jaar geleden en sindsdien heb ik het land verschillende keren samen met mijn vrouw bezocht en genieten we elke keer weer van de gastvrijheid en de natuur. Deze keer gaan we met de motor rondtrekken en rijden we vanuit Bangkok binnendoor naar de grens van Birma(Myanmar), dan naar Noord Thailand en dwars door Thailand weer terug naar Bangkok.
 
 
Voor dat we aan de motorreis beginnen, blijven we een paar dagen in Bangkok om boodschappen te doen en te acclimatiseren. We wandelen wat door het Lumphini Park, waar de Thaise bevolking al om 6:00 uur in de ochtend Tai Chi oefeningen aan het doen zijn. Via de metro en een ferry over de Chao Phraya rivier, bezoeken we de grootste en oudste tempel van Bangkok, de Wat Pho. Naast een grote gouden Buddha bevindt zich hier ook de oudste Thaise massageschool van Thailand, met leerlingen van over de hele wereld.
Na nog wat cultuur snuiven komen we bij het moderne Ratchaprasong schopping centrum, waar we twee mooie helmen kopen voor slechts 15€ per stukDe pasvorm is misschien niet direct ideaal, maar met wat zakdoeken en een spons in de binnenschaal zitten ze prima…..
 
 
Op de vierde dag worden we bij het hotel opgehaald door de motorverhuurder en maken we kennis met onze Honda Phantom motoren.
Na wat formaliteiten worden we door een gids het drukke Bangkok uitbegeleid en rijden we met ruim 35 graden en een dikke laag smog over de snelweg naar het noorden. Vanaf Tak gaan we binnen- door en nemen de afslag 105 naar het westen. De weg loopt mooi kronkelend door rijstvelden en heuvels en brengt ons in Mae Sot, bij de grens van Birma. Na het opnieuw spannen en invetten van de ketting, rijden we naar de grensovergang en tevens het meest westelijkste puntje van Thailand bij de Moei rivier. Eenmaal daar aangekomen worden we direct belaagd door een aantal smokkelaars die ons drank en hasj willen verkopen. Als ze merken dat we niets willen, zwemmen ze over de rivier weer terug naar Birma.
 
grens birmaDe volgende dag rijden we lang de grens van Birma en zien enorme grote en drukke vluchtelingenkampen.
Birma, wat een aantal jaren ook Myanmar heeft geheten, is al geruime tijd een militaire dictatuur en meer dan 400.000 mensen zijn de afgelopen jaren al naar Thailand gevlucht. Thailand erkent deze vluchtelingen echter officieel niet, waardoor ze hier met duizenden in hutjes wonen, gemaakt van teak en bananen bladeren. Zover je maar kunt kijken zie je de hutjes strak tegen elkaar staan en mensen hangen verveeld wat rond of lopen met grote pakken bladeren of emmers water over de weg. Zodra we voorbij de drukste kampen zijn stoppen we op een rustig plekje om wat te drinken. Nog voor dat we onze fles water open hebben, komen er twee mannen onze motoren bewonderen. Engels kunnen ze niet, maar met handgebaren maken ze duidelijk dat ze uit Birma komen en dat ze onder de indruk zijn van onze “grote” motoren. Vooral de banden die net zo breed zijn als hun kuiten maken indruk…..
 
Als we onze weg richting Mae Sariang vervolgen, verandert het mooie strakke asfalt ineens in een onverharde piste. De eerste 5 kilometer gaan goed, totdat Niek bergop in het losse zand in een nat spoor raakt. De motor schuift achter weg en duikt in het zand. Terwijl we de motor weer optillen horen we plots uit het niets een Nederlandse stem achter ons vragen of hij kan helpen. We maken kennis met Hans, een Rotterdammer die jaren geleden is geëmigreerd naar Thailand en nu offroad met zijn Honda Thailand aan het verkennen is. We drinken samen wat water in de volle zon en horen dat de weg over 3 kilometer weer geasfalteerd zal zijn. Na 3 kilometer begint inderdaad weer het asfalt en slingert de weg zich ruim 100 km door een heuvelachtig dicht junglelandschap.
Bij Mae Sariang aangekomen besluiten we, wegens tijdgebrek, het noordwesten over te slaan en buigen rechts af naar het oosten.
Na nog eens ruim 100 kilometer alleen maar mooie bochten, vinden we een prachtige ruime paalwoning in Mae Chaem, voor slechts 12€ per dag. We nemen een lekkere douche en genieten vanaf ons terrasje van een schitterend uitzicht over de uitgestrekte rijstvelden en de ondergaande zon…..
 
hoogste punt ThailandWe gaan vandaag de hoogste berg van Thailand beklimmen te weten de Doi Inthanon met een hoogte van 2.565. De weg aan de westzijde is niet meer dan een landweggetje met stijgings-percentages van dik 30%. Zelfs in de eerste versnelling blijft het regelmatig spannend of onze Honda de top gaat halen. Het grootste gedeelte loopt ook nog eens door een dichte jungle heen, waardoor het bij elke haarspeldbocht afwachten is wat er na de bocht gaat komen.
Bijna bovenaan staan er twee tempels die door de Thaise Royal Air Force zijn gebouwd als eerbetoon aan de Thaise vorst en vorstin. De tempels zijn volop voorzien van goud en marmer en liggen in een schitterende botanische tuin. Hier boven blijkt ook dat aan de oostkant van deze berg een vierbaans autoweg loopt, waarover dagelijks vele busladingen toeristen aankomen. Daar gaat ons overwinningsgevoel van de beklimming……
Tijdens de afdaling lunchen we met wat chips bij de Mae Klang Watervallen en rijden even later het drukke Chiang Mai binnen, waar we een aantal dagen zullen blijven. We laten onze kleren wassen bij het hotel en genieten ’s avonds van een heerlijke Italiaanse pizza en een cappuccino bij Starbucks.
 
Vanuit Chiang Mai bezoeken we o.a. het handwerkers dorp Bo sang en de oude binnenstad van Chiang Mai, waar de motorzaakjes strak naast elkaar zitten. We laten hier even gratis de ketting spannen en zien dat een nieuwe Honda Phantom 200cc al te koop is voor een vraagprijs(!) van 1.800€.
We brengen een bezoek aan de Phrathat tempel op de Doi Suteph berg, wat extra leuk is vanwege de mooie kronkelweg naar boven. Minder leuk zijn daarna
de 309 traptreden omhoog, om bij de tempel te komen. Normaal heb je vanuit deze tempel een prachtig uitzicht over Chiang Mai, maar vandaag is er alleen een dikke laag smog te zien.
’S Avonds brengen we een bezoek aan de Night Bazaar, een enorme grote markt waar je werkelijk alles kunt kopen variërend van kleding tot ventieldopjes. Ook proberen hier de Hill-Tribe vrouwen in klederdracht -het liefst met een baby op de arm- je de grootste rotzooi te verkopen zoals kettinkjes en muzikale houten ratelkikkers.
We eten bij een kraampje een lekker bordje nasi en Pad Thai noedels, voor de inmiddels vertrouwde prijs van 1€ p.p inclusief een blikje cola. Ter afsluiting nemen we als toetje een zoete roti, wat een samengevouwen pannenkoek is, gevuld met bijvoorbeeld verse banaan of choco pasta.
 
Elephant Conservation CentreVanuit Chaing Mai rijden we naar het noordoosten en bezoeken het Elephant Conservation Centre. Dit is het eerste olifanten ziekenhuis ter wereld en regelmatig komen er olifanten uit Birma en Cambodja die op landmijnen zijn gaan staan en een poot missen. Ook bevinden zich hier een aantal heilige witte (albino) olifanten, maar die zijn voor ons helaas niet toegankelijk. Even na het olifanten centrum lunchen we bij de bosmarkt van Lampang. Hier liggen naast medicinale kruiden ook lekker gegrilde insecten, zoals bijvoorbeeld knapperige sprinkhanen waarvan de pootjes kunstig zijn vastgebonden. Wij houden het bij een bordje nasi en rijden even later Lampang binnen.
Al enige dagen dacht ik dat de remblokjes op waren en bij het aanremmen voor een stoplicht blijken ze inderdaad helemaal weg te zijn. Mijn voorwiel blokkeert en ik schuif dik 20 meter over het asfalt.   Dankzij de (warme) beschermende motorkleding heb ik alleen een brandplekje op mijn elleboog, maar het windschermpje van de Honda ligt in stukken. We rapen de stukken bij elkaar en vinden na wat zoeken een Honda dealer waar 10 monteurs tegelijk aan de reparatie beginnen. Na een half uurtje hebben ze het windscherm met plakband aan elkaar geplakt en zijn er nieuwe remblokjes gemonteerd. Totale kosten 7€.
 
Vanuit Lampang rijden we via een mooie verbindingsweg (101) langs de Yom rivier richting Ayutthaya. De weg loopt door uitgestrekte rijstvelden en het aantal auto’s wat we tegenkomen is op een hand te tellen. Vanuit Ayutthaya bezoeken we het Sukhothai National Parc, wat de eerste hoofdstad van Thailand was en in 1991 is uitgeroepen tot UNESCO werelderfgoed. Het park met ruines van o.a. het oude paleis uit de 13e eeuw, is zo groot dat je bij de ingang fietsen kunt huren, maar wij gebruiken natuurlijk liever onze eigen motoren.
’S Avonds worden we verrast door een groot feest in de binnenstad, met volop praalwagens, vuurwerk en muziek. Wij installeren ons midden op straat tussen de uitlaatgassen en maken bij een klein eetkraampje met handen en voeten duidelijke welk gerechten we graag in de wok zien gaan. We genieten van de taferelen op straat en het wederom lekkere Thaise eten.

De terugweg gaat over de drukke A1 snelweg naar het oude vliegveld van Bangkok, waar we hebben afgesproken met een gids van het verhuur bedrijf. Hij escorteert ons de laatste 40 kilometer de drukke binnenstad in. Deze kilometers hebben weinig met motorrijden te maken en staan meer in het teken van overleven. Tweewielers staan hier het laagste in de rangorder, waardoor zowel auto’s als vrachtwagens je volledig negeren en je regelmatig afsnijden en van de weg afdrukken. Strak in formatie rijden en veel toeteren is het enige wat hier lijkt te werken.
In Bangkok gaan we met de rugzakken en helmen met de monorail naar het oude Hualamphong treinstation. We sluiten onze reis namelijk af met een weekje strand en nemen voor 1€ p.p. de trein naar de luxe badplaats Cha-am/Hua Hin. De trein zit vol met locals en de oma naast me legt haar hoofd op mijn schouder en gaat slapen….
Thailand; East meets West.
 
Meer info en filmpjes van deze reis kunt U vinden op www.LifeIsJoy.nl
 
 
Nuttige weetjes:
Maak niet dezelfde fout als ons en begin de rondreis niet in Bangkok maar in Chiang Mai. De verbinding tussen Bangkok en het noorden is namelijk een saaie snelweg. De enige reden om in Bangkok te beginnen is als je wilt gaan rondreizen met een zware BMW motor, aangezien die alleen te huur is in Bangkok.
 
Boek alleen een vlucht met
eventueel een strandhotel en regel de huur van de motor ter plekke. In Chiang Mai zijn talloze aanbieders die gloednieuwe Honda Pantoms 200cc verhuren voor 200€ per week.
 
In elke stad of dorp heb je prima hotels waar je voor 10€ tot 15€ kunt overnachten. Zelfs in het toeristische Chiang Mai betaalde we voor een luxe hotel niet meer dan 15€ p.p.
  
Eten en drinken is simpelweg genieten in Thailand. In de steden kun je terecht voor bijvoorbeeld een McDonald’s maar veel lekkerder zijn de kraampjes op straat waar je vaak voor slechts 1€ een heerlijk wokgerecht kunt eten.
 
In het binnenland wordt niet overal goed Engels gesproken maar met handen en voeten en de glimlach van Thailand, is communiceren nooit een probleem. Sterker nog, op deze plekken is de gast- vrijheid op zijn best.

Hindoe Thailand   insecten eten   stop bord thailand

Voor filmpjes van deze reis: Klik hier.
Een berichtje in ons gastenboek: Klik hier.
Voor meer informatie stuur een mail:Klik hier.