|
|
Filippijnen rondreis. ![]() Met slechts 5.000 Nederlandse bezoekers per jaar zijn de Filippijnen nog steeds onbekend bij het grote publiek. Diegene die het al hebben ontdekt duiken direct het water in en genieten van de geweldige stranden op een van de 7.107 tropische eilanden die de Filippijnen rijk is. We beginnen onze reis in Angeles City, net even boven de hoofdstad Manilla. Met een van de vele krakkemikkige zijspanmotoren die hier als taxi rondrijden, gaan we de stad in op zoek naar het motorverhuurbedrijf. Vering kent deze zijspan niet en de overkapping tegen zon en regen is eigenlijk te laag voor de wat grotere Europeanen, waardoor de eerste blauwe plekken al een feit zijn. Tussen de Go-go bars vinden we een klein open verhuurstalletje, waar onze Honda dirtbikes al op ons staan te wachten. Speciaal voor deze reis zijn de motoren voorzien van nieuwe binnen- en buitenbanden, en hebben ze een extra grote beurt gehad. We zijn klaar voor de start.
Na een uurtje rijden komen we bij de Bataan Death March monument. Een herdenkingsplek voor duizenden Amerikaanse en Filippijnse krijgsgevangen, die tijdens de tweede wereldoorlog stierven tijdens een voettransport door het Japanse leger. Dat het binnenland van de Filippijnen niet echt toeristisch was wisten we natuurlijk al, maar om bij een dergelijk belangrijk en mooi monument geen één bezoeker te zien zet je wel aan het denken. Het gras groeit meters hoog en verf is hier duidelijk al jaren niet meer gebruikt.
Eenmaal aangekomen in San Jose eten we bij de “Filippijnse McDonald’s”, oftewel bij Jolibee, De fastfood keten van de Filippijnen. Het blijft vreemd om een hamburger te eten terwijl 10 meter verderop een golfplaten hutje staat, waarin 20 mensen wonen met net genoeg geld voor een bakje rijst. Dit is wel duidelijk een van de kenmerken van de Filippijnen. Rijk en arm leven echt naast elkaar en de directe verschillen zijn enorm. Zo zien we voor de rijken ook een opmerkelijke (Amerikaanse) drive-thrue winkel met alleen maar lijkkisten. Als de kist bevalt, kan ie direct op de pickup of zijspan worden meegenomen. De sky is the limit.
Na een aantal goede hotels komen we vandaag op het platteland in aanraking met een hotel waar per uur betaald moet worden. De rood verlichte garagebox grenzend aan onze kamer doet het ergste vermoeden. Aangezien er echter geen ander hotel beschikbaar is, checken we toch maar in en in de ochtend kunnen we niet anders concluderen dan alweer een goed hotel. Het plastic zeil om de matrassen was wel een beetje zweterig, maar van Go-go achtge taferelen hebben we niets gemerkt. We rijden vandaag redelijk gemakkelijk naar Banaue waar we een bezoek brengen aan een origineel Ifugao dorpje genaamd Tam-an.
Tam-an bevindt zich halverwege een kleine berg en is alleen te bereiken via 323 traptreden uitgehouwen in de rotsen. De bewoners behoren tot de zogenaamde Ifugao stam, die tot begin van de 20e eeuw bekend stonden als koppensnellers. Een ander traditie is het bewaren van de skeletten van familieleden in huis.De gedachte daarbij is dat een overleden persoon zo onderdeel blijft van de dagelijkse zaken rondom een familie. Bij het eerste hutje krijgen we al direct de vraag of we kennis willen maken met de overleden grootvader. We worden op een bankje geplaatst, waarna een mooi bewerkt kleed uit de kast wordt gehaald. Het kleed wordt respectvol opengevouwen en even later kijken we naar het skelet van opa. We krijgen in het kort zijn levensverhaal te horen, waarna het pakketje weer terug in de kast wordt geplaatst en het dagelijkse leven weer verder gaat. Hoezo cultuur verschillen…![]() We vervolgen onze weg naar Bontoc, het noordelijkste puntje van onze reis. Regelmatig is de weg een grote gatenkaas en sommige wegen worden gedeeltelijk versperd door aardverschuivingen die van de bergen zijn gekomen. Onze Honda´s nemen echter elke horde zonder enige probleem. Onderweg bewonderen we de schitterende rijstterrassen die op 1700 meter hoogte allemaal met de hand zijn aangelegd. Om die reden is het sinds 1995 ook een onderdeel van het UNESCO werelderfgoed en gezien het zware handwerk naar onze mening volledig terecht.
Film:
Zoals elke reis van Niek en Joop staat er ook nu weer een gefilmd reisverslag op: www.Lifeisjoy.nl
Taal:
Engels is de officiële tweede taal en wordt dus over het algemeen goed gesproken en verstaan.
Mensen:
Het beste te omschrijven als de oosterse glimlach gecombineerd met de westerse zakelijkheid. Erg opvallend is het verschil tussen arm en rijk. In het binnenland van Luzon leeft 2/3 onder de armoedegrens, de overige 1/3 is rijk tot zeer rijk.
Eten:
Filippinos koken ’s ochtens een maaltijd die later op de dag koud wordt gegeten. Daarnaast is de Baloet een bekende lekkernij. Dit is een bevrucht ei inclusief botjes wat krakend als snack wordt gegeten. Restaurants en hotels serveren ook gewone warme oosterse en westerse maaltijden.
Verkeer:
In het binnenland zie je niet echt veel auto’s en zijn het meer zijspannen, Jeepneys en bussen. Alles hobbelt zonder al te veel verkeersregels keurig door elkaar heen.
Motor:
Voor de bergen is een lichte dirtbike de beste keuze. Bij het huren van een motor wordt wel het paspoort als onderpand ingenomen. Ook na veel praten werd hier niet van afgeweken.
Hotels:
Variërend van een plank zonder matras tot echte 5 sterren hotels. Aan de buitenkant is het vaak niet in te schatten, waardoor het soms even zoeken is. Aan de westkust zijn slechts een paar goede strand resorts.
Filmpjes van deze reis: Klik hier.
Een berichtje in ons gastenboek: Klik hier. Voor meer informatie stuur een mail: Klik hier. ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() |